Gewrichtsvervanging
Het plaatsen van een kunstgewricht is een veel voorkomende operatie met goede resultaten. In het St. Annaziekenhuis plaatst de afdeling orthopedie jaarlijks ongeveer 450 nieuwe heupen en ongeveer 200 nieuwe knieen. Het aantal complicaties is laag en de vooruitgang voor de patient is vaak enorm groot. Waar patienten vooraf veel pijnklachten hebben en beperkt zijn in dagelijkse activiteiten, werk en sporten is er na de operatie vaak vrijwel direct geen sprake meer van pijnklachten en kan men de meest voorkomende activiteiten weer hervatten. Natuurlijk zijn er wel grenzen aan wat u nog mag doen met een nieuwe heup of knie. Dit krijgt u echter goed uitgelegd voor en na de operatie.
Welke gewrichten kunnen worden vervangen door een kunstgewricht?
Kunstgewrichten ("prothese") genoemd kunnen worden geplaatst in het heupgewricht, in het kniegewricht en in het schoudergewricht. Er zijn veel verschillende typen prothesen in gebruik, die vaak op details van elkaar verschillen. Grofweg kan men de indeling maken dat bij het heupgewircht de gehele heup wordt vervangen, de zogenaamde "totale heup prothese", of dat alleen de gewrichtsoppervlakken worden vervangen. Dit laatste wordt de "resurfacing" techniek genoemd. Bij de totale heup prothese wordt nog onderscheid gemaakt tussen een "gecementeerde" en een "niet-gecementeerde" heupprothese. Zoals de naam al doet vermoeden, wordt bij de operatie een soort cement gebruikt om de gecementeerde prothese vast te zetten in het bot. De ongecementeerde prothese groeit vast aan het bot en wordt geplaatst bij patienten onder de 60 jaar.
Wanneer het kniegewricht wordt vervangen kan net als bij de heup de geheel knie worden vervangen ("totale knieprothese") of kan alleen de binnenzijde van de knie worden vervangen, een zogenaamde "halve knieprothese".
U kunt hier meer lezen over het vervangen van het heupgewricht. Hier kunt u meer lezen over vervanging van het kniegewricht.
Keuze van een prothese
Welke prothese wordt gebruikt hangt vooral af van de leeftijd en leefstijl van de patient. Deze twee factoren bepalen namelijk de botkwaliteit. Aangezien de prothese in het resterende bot moet worden vastgezet is dit een belangrijke factor voor de keuze van een prothese. De patient kan bijvoorbeeld met een resurfacing prothese (heup) meer doen waarbij de kans op luxeren van de prothese (ontwrichting) gering is. Echter, de botkwaliteit van de patient moet voor deze prothese goed zijn omdat de uitgeoefende krachten van de prothese op het omliggende bot in het dagelijks gebruik groter zijn dan bij een totale heupprothese. Daarmee is deze prothese niet geschikt voor elke patient. Patienten die wat ouder zijn of een mindere botdichtheid hebben kunnen beter gebaat zijn bij een totale heupprothese. Dergelijke overwegingen bepalen de keuze van de prothese door de orthopedisch chirurg.
Levensduur van een prothese
Net als uw eigen gewrichten staan kunstgewrichten dagelijks bloot aan grote krachten of aan veelvuldig herhaalde krachten. Bij hardlopen komt er bijvoorbeeld 2 tot 3 keer uw lichaamsgewicht terecht op uw gewrichten. Dat is al snel 200 tot 250 kg per keer dat u neerkomt op uw voet! Daarnaast is het niet ongewoon om dagelijks 10.000 stappen te maken. U kunt u voorstellen dat dit op den duur slijtage van een gewricht tot gevolg kan hebben. Ook wanneer u een kunstgewricht heeft. Daarom krijgt u leefregels mee als u een kunstgewricht (prothese) krijgt. Zo is het bijvoorbeeld af te raden om nog langer aan hardlopen te doen nadat u een prothese heeft gekregen. Afhankelijk van deze en andere factoren gaat een nieuwe heup of knie een bepaalde tijd mee. Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk om patienten te zien die al langer dan 15 jaar met een prothese doen.
|